Volume 9
Alle de brieven van Antoni van Leeuwenhoek / uitgegeven, geïllustreerd en van aanteekeningen voorzien door een Commissie van Nederlandsche geleerden.
- Leeuwenhoek, Antoni van, 1632-1723.
- Date:
- 1939-
Licence: Public Domain Mark
Credit: Alle de brieven van Antoni van Leeuwenhoek / uitgegeven, geïllustreerd en van aanteekeningen voorzien door een Commissie van Nederlandsche geleerden. Source: Wellcome Collection.
12/526
![VOORWOORD De verschijning van Deel IX van Alle de Brieven van Antoni van Leeuwenhoek heeft door allerlei omstandigheden veel langer op zich doen wachten dan de Commissie lief was. De voornaamste oorzaak is enerzijds gelegen in het traag binnenkomen van gevraagde aantekeningen en anderzijds in nog te noemen veranderingen in de staf van werkers aan deze uitgave. Het is intussen het ernstige streven van de Commissie en van de huidige redactie om de volgende delen in een sneller tempo het licht te doen zien. Deel IX bevat de Brieven 120 tot en met 133, geschreven tussen 22 april 1692 en 24 februari 1694, dus een periode van bijna twee jaar. Van deze brieven zijn er acht door Leeuwenhoek zelf genummerd: 72 tot en met 79. De overige zes brieven zijn zg. tussenbrieven, welke hij zonder nummering zond aan Richard Waller, koningin Maria ii van Groot-Brittannië en Pieter Rabus. Zoals reeds vroeger het geval is geweest, zijn in dit deel ook weer enige brieven van tijdgenoten aan Leeuwenhoek opgenomen, namelijk van Chris¬ tiaan Huygens, Richard Waller, George Garden en Pieter Rabus, aan- gezien deze de inhoud van Leeuwenhoek’s brieven min of meer verduidelijken. De Brieven 120 [72] en 121 [73] geven een aantal proeven met een lucht¬ pomp weer, waaruit Leeuwenhoek de gevolgtrekking maakt, dat het bloed geen rol van betekenis zou spelen bij de opneming van lucht in het lichaam. In Brief 122 [74], die handelt over de anatomie van het hout, herziet hij vroegere opvattingen over bouw en functie van verschillende elementen van het hout. In Brief 123 [75] beschrijft Leeuwenhoek opnieuw zijn waarnemingen van micro-organismen in de tandaanslag, en doet hij een - niet geslaagde - poging om de voortplanting van de paling op te helderen. In Brief 126 [76] treft men een prachtige beschrijving aan van de voort¬ planting van de vlo. Brief 129 [77] behelst fraaie waarnemingen over de voortplanting van de mijt en de luis. In Brief 131 [78] worden enige wormen behandeld, die als parasieten bij de mens voorkomen, en wordt getracht een theorie op te bouwen over de wijze van besmetting. In Brief 133 [79] tenslotte toont Leeuwenhoek zijn belangstelling in de scheikunde en beschrijft hij de oxydatie van witte fosfor. In de aantekeningen zijn meer gegevens dan vroeger opgenomen over de opvattingen van Leeuwenhoek’s tijdgenoten, die relief geven aan de achter¬ grond van diens waarnemingen en inzichten. Ook zal men toevoegingen aan¬ treffen uit de archieven van de Royal Society, die betrekking hebben op de ontvangst en de bewerking van de brieven aan dit geleerde genootschap. Voorts is een scheiding aangebracht tussen de tekstvarianten en de wetenschappelijke aantekeningen. De voorbereiding van enige van deze brieven werd nog verzorgd door Dr. J. J. Swart, aan wie dank verschuldigd is voor de uitgave van de drie voorgaande delen. Dr. Swart legde op 1 januari 1969 zijn taak neer; deze werd overgenomen door Drs. J. Heniger, die verbonden is aan het Biohisto- risch Instituut te Utrecht, waar de redactionele werkzaamheden sinds de vorige redacteur reeds plaatsvonden.](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b31364962_0009_0012.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)