Volume 7
Alle de brieven van Antoni van Leeuwenhoek / uitgegeven, geïllustreerd en van aanteekeningen voorzien door een Commissie van Nederlandsche geleerden.
- Leeuwenhoek, Antoni van, 1632-1723.
- Date:
- 1939-
Licence: Public Domain Mark
Credit: Alle de brieven van Antoni van Leeuwenhoek / uitgegeven, geïllustreerd en van aanteekeningen voorzien door een Commissie van Nederlandsche geleerden. Source: Wellcome Collection.
10/474
![Antonie van Leeuwenhoek, die van moederszijde stamde uit een familie van lakenhandelaars, was van 1648 tot 1654 te Amsterdam bij een lakenhandelaar in dienst. Of hij, naast zijn administratieve functie, zich ook inderdaad tot meester in de lakenhandel heeft bekwaamd, zoals wel gezegd wordt, is te be¬ twijfelen. In 1654, ten tijde van zijn huwelijk met de dochter van een „Saaydrapier (handelaar in serge), heeft Leeuwenhoek zich te Delft gevestigd en hij heeft zeker tot 1660, toen hij werd aangesteld tot kamer¬ bewaarder der Heeren Schepenen, met de handel in textiel in zijn onderhoud voorzien, zoals blijkt uit enkele bewaard gebleven rekeningen. De gildeboeken van Delft uit die jaren zijn verloren gegaan, doch ongetwijfeld zal Leeuwenhoek zich regelmatig in de „Saai, Greine en Stoffe-hal hebben begeven en tot het gilde van de Saaihande- laren hebben behoord; de lakenhandel bedreef hij klaarblijkelijk niet. Al in het midden van de 14e eeuw wordt melding gemaakt van een lakenhal te Delft. Na de reformatie is deze verplaatst naar de kapel van het Oude-Man- nenhuis aan de Voldersgracht, waar ook de saai- nering, in 1596 door Vlamingen te Delft gebracht, haar intrek nam. Beide neringen namen zodanig toe dat meer ruimte noodzakelijk werd. De Lakenhal werd in 1645 gevestigd in een daartoe speciaal in¬ gericht deel van de kerk van het St.-Agathenklooster, terwijl in 1658 de Saayhal is ondergebracht in enkele vertrekken van het Prinsenhof, eveneens een deel van het vroegere St.-Agathenklooster. Boven de poort aan de Lange Delft die toegang geeft tot het Prinsenhof, bevindt zich een bas-relief, een werk van de beeldhouwer Pieter Rycx uit zijn jonge jaren. De voorstelling op dit beeldhouwwerk is ont¬ leend aan de fabricage en nering van de goederen die in de hal verhandeld werden, en bekroond door het wapen van de stad Delft, ter weerszijden ver¬ bonden met gedraaide en gedrapeerde „saayen” en garens. Literatuur: Dirck van Bleyswyck, Beschrijvinge der Stadt Delft. 1667; Jhr. B. W. F. van Riemsdijk, Historische beschrijving van het klooster van Sinte Agatha met het Prinsenhof te Delft. 3e dr. 1912; Dr. A. Schierbeek, Antoni van Leeuwenhoek. Dl. 1. 1950. [Swt.] Antoni van Leeuwenhoek who, on his mother's side, was descended from a family of woollen drapers, was in the service of an Amsterdam draper from 1648 until 1654. It is doubtful whether — as has sometimes been suggested — he actually qualified as a master draper in addition to his administrative function. In 1654 at the time of his marriage, with the daughter of a serge draper, Leeuwenhoek settled in Delft and, at any rate until 1660, when he was appointed chamberlain to he City's Magistrates, provided for himself by trading in textile goods, as is evident from a number of accounts that have been kept. The guild books of Delft from those years have been lost; but there is no doubt that Leeuwenhoek must have regularly visited the „Serge, Camelot and Cloth Hall'', and have been a member of the guild of the serge drapers, although he evidently did not deal in cloth himself. As early as the middle of the 14th century a cloth hall at Delft has been mentioned. After the Refor¬ mation it was removed to the chapel of the Old Men's Home at the Voldersgracht, which also housed the serge trade, which was brought to Delft in 1596 by the Flemish. Both these trades flourished to such an extent that greater space became necessary. The Cloth Hall was founded in 1645 in part of the church of the St. Agatha Convent, specially equipped for the purpose, while in 1658 the Serge Hall was housed in some rooms of the Princes' Court — also a part of the former St. Agatha Convent. Above the gate at the „Lange Delft, which gives access to the Princes’ Court there is a bas-relief, the work of the sculptor Pieter Rycx, made during his early years. The representation of this sculpture is derived from the manufacture of and trade in the goods that were dealt in in the Hall, and is crowned by the coat of arms of the City of Delft, bound on either side by twisted and draped „serges” and yarns. Literature: Dirck van Bleyswyck, Beschrijvinge der Stadt Delft. 1667; Jhr. B. W. F. van Riemsdijk, Historische beschrijving van het klooster van Sinte Agatha met het Prinsenhof te Delft. 3rd ed. 1912; Dr. A. Schierbeek, Antoni van Leeuwenhoek. Vol. 1. 1950 [Swt.]](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b31364962_0007_0010.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)