Ontleedkundige studien over de aderlijke bloedvaten in den gezonden toestand / door Dr. J. M. Schrant.
- Schrant, Johannes Matthias, 1783-1866.
- Date:
- [cbetween 1800 and 1899?]
Licence: Public Domain Mark
Credit: Ontleedkundige studien over de aderlijke bloedvaten in den gezonden toestand / door Dr. J. M. Schrant. Source: Wellcome Collection.
Provider: This material has been provided by The University of Glasgow Library. The original may be consulted at The University of Glasgow Library.
27/48 (page 25)
![zelfde ontwikkelingstrappeu, die men bij het genezen eenev wond bij opvolging van tijd waarneemt. De kernen der jongste cellen der opperluüd en de in het rete Malpighii liggende vrije kernen, zijn toch vaak op gelijksoortige wijze gedeeld en met de cel gevoelig voor azijnzunr '), even als die der ettcrligchaampjes, terAvijl de andere, meer naar buiten liggende cellen deze eigenschap niet meer vertoonen. Aan den anderen kant, kunnen de kernen en jongste cellen, die aan het onderhuidsbindweefsel grenzen, volgens vogels wet der analogie , zich ook tot bindweefsel ontwikke- len. De ontstaande cellen Avorden daarbij vezelcellen, ver- lengen zich, vormen handvormige ligchamen en splitsen zich tot de gewone draadvezels. Men ziet dit vooral bij de huid der vrucht, waar de epidermis naar verhouding dik- ker is dan bij volwassenen, ,, misschien zegt henle ~), ,, omdat de onderste lagen harer cellen zich nog tot bind- weefsel ontwikkelen. Bij eene genezende huidwond is dit laatste duidelijker. AVorden namelijk de in hot wondexsu- daat ontstaande cellen, b. v. door dat het vocht te dun, te waterachtig is, aanhoudend weggespoeld, zoo ontstaat er geen nieuAv weefsel, de wond geneest niet „ omdat de etter te dun is. Is daarentegen het vocht kleveriger, dik ker, zoo vloeijen de gevormde cellen, (etterligchaampjes), niet zoo in massa weg, haar getal groeit integendeel meer en meer aan en het vocht verkrijgt hierdoor het roomach- tig aanzien van „ pus laudabile. De wond geneest en wel op deze wijze : De diepste laag der ettercellen, die aan het onderhuidsbindweefscl raakt en daaraan vastkleeft, gaat o]) gelijke wijze als bij de huid der vrucht, tot vezclcellen eu bindweefsel over en organiseert zich verder tot de zooge- naamde vleesehheuveltjes. Deze bestaan hoofdzakelijk uit ettèrcellen, verlengde vezelcellen en jong bindweefsel. Zoo- dra echter de wondoppervlakte tot de lijn dor epidermis genaderd is, zoo ontwikkelen zich de cellen niet meer tot bindweefsel, maar zij blijven rond, hechten zich vaster aan elkander, hare kernen worden ongevoelig voor azijnzuur, de cellen nemen meer en meer een platten voi*m aan, en ^00 heeft zicli eon dun vliesje gevormd, de jonge epider- 1/ Hkn.m;, I. 1.. p. 157, 21., -'W. (j 1. 1., p. '2rr>.](https://iiif.wellcomecollection.org/image/b21478727_0027.jp2/full/800%2C/0/default.jpg)